Nieuws
Het was een gekke week. Niet alleen bleek eens te meer dat Unitas (‘vereniging, eenheid’ in het Latijn) meer is dan korfbal alleen: we stonden als vereniging om de families heen die deze week alle steun enorm konden gebruiken. Aan de andere kant was er ook vreugde: de wereld draait ook bij verdrietige dagen gewoon door, en U17 en U15 plaatsten zich voor de volgende ronde van de respectievelijke Nederlandse kampioenschappen. En als kers op de taart speelde ons eerste misschien wel de beste wedstrijd van het seizoen: een schotpercentage van 25 in de eerste helft, en bijna 30 doelpunten: kom daar maar eens om! Dat het niet genoeg was voor de punten, was een schrale troost. Het seizoen loopt op z’n einde, en het is dus tijd om terug te blikken en de prijzen uit te reiken. Wat mij betreft zetten we deze spelers in het zonnetje:
Kale koppen niet te stoppen-award:
Zowel Erik van Brenk als Thomas Hoekstra hebben laten zien dat een kale kop garant staat voor overwicht, en vooral tactisch vernuft. Op een drukke straat groeit ook geen gras, zei Lambik al eens. Mooi om te zien dat Robert Jan Verboom langzaamaan dezelfde ambitie lijkt te hebben; alleen Jelmer is nog te harig om zich te meten met de Groten. Ook in de staf zijn inmiddels enkele zwakbehaarde glimschedels te bewonderen. Volgens Midas Dekkers komt dat door een overschot aan testosteron. Dat was ook te zien aan mijn favoriete kalekoppenmoment: toen Erik Jan Niebeek wilde aanvliegen, omdat de trainer van LDODK gewoon te veel aan het janniebeken was.
Kaartenkoning:
In de prijzen vallen dit jaar Matté, Erik en Daan. Soms moet je de grens opzoeken, zei een bekende Duitse generaal al eens. En ach: vijf minuten stilzitten en 35,- aan kosten? Dat is voor mij een kappersbeurtje. En met een reservebank als de onze is even een pas op de plaats maken geen enkel probleem.
Minister of Defence:
Nu Mark Kreikamp gestopt is, is de titel zonder twijfel voor Meike van Hout. Of ze nu tegenover snelle dames als Fleur Hoek staat, of tegen bouwvakkers als Anouk Haars: ze vreet ze allemaal op. Zoals Jan J Pieterse al eens dichtte:
Haar tegenstander, en dan het liefste ijskoud - Dat is waar Meike van Hout.
Droge Plof Prijs:
Voor de speler met het platste, maar effectieve schot. Hugo ‘komt dat schóóóóót’ Walker zou er een moord voor doen. Na uitvoerig overleg is besloten de prijs te gunnen aan Lynn Bijkerk: als een aanval niet loopt, weet zij altijd wel een balletje of twee erin te futselen. Het lijkt soms alsof ze gemaakt is voor de rebound, maar schieten kan ze als de beste: geen franje, geen opsmuk, gewoon een droge knal. Soms uit een vrije bal, maar het liefst achter of naast de korf, zonder rebound. Goud.
Sneaky Bastard Bokaal:
De speler die dit jaar de meeste sneaky omdraaiballetjes of kleine kansjes pakt, is zonder twijfel Renee Havenaar. Als de tegenstander achterverdedigt, en loopt te klooien als Unitas probeert op te lossen, is dat te veel gevraagd voor haar geduld. Dan maar gewoon omdraaien en de bal erin pieren. Als het niet gaat zoals het moet, moet het maar zoals het gaat. We weten hoe goed ze schiet vanaf een meter of zes, maar verlies haar in de korfzone alsjeblieft geen seconde uit het oog, of het zal je bezuren.
Eigen goal- awkward:
Scherp beginnen mensen! Vanaf minuut 1 bloed aan de paal! Met zulke teksten word je vaak het veld ingestuurd: niet voor niets geeft de hele staf, de selectie én een lading J-spelers onze jongens en meiden een high five: zorg ervoor dat je goed beslagen ten ijs komt. Dat gebeurde ook in een sleutelwedstrijd dit jaar: Blauw Wit-uit. We konden ons daar ‘veilig’ spelen, dus een goede start was het halve werk. En wie schetst onze verbazing? Daan was zó onscherp dat hij in de eerste minuten de eigen korf vond. Nu is een eigen goal sowieso al zeldzaam (er staat er slechts één op Youtube, er zijn meer filmpjes met niezende panda’s of albino tijgers), maar als het in de eerste minuten van een cruciale pot gebeurt, kunnen we gerust spreken van een valse start. Gelukkig heeft de winnaar van de eigen goal-awkward (u leest het goed!) genoeg compensatie opgebouwd dit seizoen om deze prijs zonder schaamte in ontvangst te nemen. We hebben het uiteraard over Daan Reijgersberg.
De nuchtere kracht:
Elke keer als ik gasten meeneem naar de Sypel, valt het ze op dat er zoveel gedronken wordt op de tribune. Hele koeltassen met bier worden er soms mee omhoog gesmokkeld, omdat het nou eenmaal met volle handen leuker naar een wedstrijd kijken is dan met lege. En middenin dit alcoholische geweld staat één speler nuchter te kijken naar wat ze moet doen. Op zich niet verrassend, want als je van een Friese club naar Harderwijk komt, verwacht je ook een nuchtere instelling. We zien dat ze na de trainingen en wedstrijden steevast aan de spa gaat; het is dan ook geen wonder dat ze zo lenig is dat ze de spagaat ook daadwerkelijk beheerst. En enige souplesse in een vak met vechtkorfballers is wel gewenst. Ze had amper tijd nodig om zich aan te passen aan de nieuwe omgeving. ze is een van de beste nieuwkomers dit jaar en ze heeft al snel laten zien wat ze kan. Aanvallend en verdedigend is ze altijd minstens een 7, ze valt zelden door de mand. De nuchterste kracht van Unitas dit jaar is Femke Faber.
De opzweperbeker:
Onze oud-trainer Daniël de Bruijne zei ooit eens: je moet bij korfbal niet veel lopen, maar je moet slim lopen. Ik wil daaraan toevoegen: je moet als speler niet veel zeggen, maar slimme dingen zeggen. Coachen in de sport wordt ondergewaardeerd: je bent als speler toch afhankelijk van de communicatie van je vakgenoten, zeker in de verdediging. Dit jaar viel één speler extra op als speler-coach: na elke aanval even het vak bij elkaar roepen en bespreken wat er anders kon - zelfs tot de vakgenoten er gék van werden, maar ook béter. En als de bal in het andere vak is, zit hij steevast op z’n hurken op de middenlijn het andere vak te coachen: deze jongen wil winnen, maar ook beter worden. De opzweperbeker van dit jaar gaat naar Matté Lipke.
De pechvogel-insigne:
Het leven is een kwestie van ups en downs. Gedurende het seizoen hebben we enorm genoten van alle ups van het team: het was dit jaar heerlijk om supporter te zijn van het eerste. Des te zuurder moet het zijn voor de pechvogel van dit jaar: voor de tweede keer een ernstige blessure aan haar knie, terwijl ze ook privé genoeg voor haar kiezen kreeg. Ik kan me zo voorstellen dat het voor haar een jaar was om snel te vergeten: het moet enorm frustrerend zijn als je graag wil spelen, maar je lichaam laat je in de steek. De pechvogel-insigne dit jaar gaat naar Jolien Landman. Laten we hopen dat er snel weer wat licht aan het eind van de tunnel is.
Inspector Gadget Award:
De jury was unaniem: de enige speler die met springveren in de schoenen en uitschuifarmen rondloopt is Daan. Half mens, half beest. Gebruikt elke vezel in zijn lijf om ballen te pakken. De uitschuifbenen houden soms niet bij wat het bovenlijf van plan is bij een doorbraak, maar we weten allemaal: als Daan het op z’n heupen heeft, zit er een magneetje in de bal. Koning van de onderschepping, maar begint langzaamaan ook een gedegen puntaanvaller te worden. Heeft dit jaar vooral geleerd dat een brede glimlach meer oplevert dan gemopper, en dat legt hem geen windeieren.
Negende man-prijs:
Wat is een team zonder goede invallers? De acht basisspelers kunnen ook een mindere dag hebben, of een blessure. Dit jaar bleek meer dan eens dat de invallers cruciaal zijn, zeker in de wedstrijden die ertoe doen. Mark Kreikamp, Justin Terpstra, Bert Hopma Zijlema, Jort Wiegersma, Jules Verweij, Moniek van Renselaar, Lucca Boehle, Nena Ellermeijer: ze hebben allemaal hun mannetje of vrouwtje (*) gestaan toen het erop aankwam. Ze verdienen allemaal de prijs, maar de jury besloot Jeroen Boonstra de prijs te gunnen: als je een goal nodig hebt, is Jeroen nooit te beroerd om er een bal van een meter of acht erin te poeren. Goud waard, zulke spelers.
Publiekslieveling:
Het is weinig spelers gegeven: naar een nieuwe club komen en meteen de harten van de harde kern stelen. Deze speler begon het jaar als rebounder en verdediger, want aanvallend moest hij de juiste vorm nog vinden. Toch is het mooi om te zien dat in de laatste wedstrijden hij ook in de punt z’n mannetje staat. En dat is niet onverwacht, want op de training vliegen de ballen er ook in, dus waarom in de wedstrijd niet? Toch liet hij zich niet afleiden door de relatieve aanvallende droogte in de eerste wedstrijden, en deed hij waarvoor hij gekomen is: oorlog maken onder de korf en de spitsen uitschakelen. Mooi om te zien dat het hem geen enkele moeite lijkt te kosten om de spitsen van de concurrenten in z’n zak te steken: het was ook geen wonder dat we juist punten pakten tegen DSC, Dalto en DOS. En als je dan ook je eigen spreekkoor hebt, is je eerste seizoen meer dan geslaagd. De prijs voor de publiekslieveling gaat naar Kris BOERE, BOERE, BOERE!
Tijdtekortmedaille:
Geen club kan zonder vrijwilligers, maar feit is dat het aantal vrijwilligers geëxplodeerd is sinds we League spelen: er zijn mensen die de reclameborden plaatsen en opruimen, we hebben commentatoren én analisten, we hebben een uitgebreide staf en koks die ervoor zorgen dat het de selectie aan niets ontbreekt, we hebben dataspecialisten, een mental coach, kaartverkopers, sfeerbevorderaars, programmaboekjemakers, journalisten, we hebben mensen die sponsoravonden regelen, we hebben zelfs eigen cameramensen en een livestreamteam; en dan hebben we de trainersstaf nog niet eens genoemd. Het is onmogelijk een keus te maken uit deze groep mensen, maar het lijkt me overbodig om te benadrukken hoeveel manuren er ingezet worden om een wedstrijd van het eerste goed te laten verlopen. Toch moet er een keuze gemaakt worden, en dus besloot de jury de prijs toe te kennen aan Jelmer van de Beek, omdat hij tijdens zijn leven cumulatief meer uren aan Unitas besteed heeft dan aan zijn gezin of baan. Maar er moet gezegd worden dat deze keuze dus eigenlijk geen recht doet aan al die andere helden. Het moest maar eens benoemd zijn.
Toch Jammer-trofee:
Als er dan toch een smetje op het seizoen te vinden valt, zou ik zeggen dat de competitie-indeling wel iets evenwichtiger had gekund. Ons seizoen bestond uit vier wedstrijden tegen concurrenten, dan vijf wedstrijden tegen de toppers, dan weer vier tegen de concurrenten en weer vijf tegen de toppers. Dat betekent dat de staf twee piekmomenten moest plannen voor het team: twee periodes van vier weken waarin alles moest kloppen. Nu hebben we het echt heel goed gedaan tegen onze directe concurrenten, maar feit blijft dat vijf wedstrijden achter elkaar waarin je het heel lastig hebt nou niet direct bevorderend werken voor je zelfvertrouwen. Het valt onze staf en spelers te prijzen dat ze zich hierdoor niet hebben laten afleiden. Voor volgend jaar wens ik een seizoen waarin we om en om tegen een topper en een concurrent spelen. Gewoon, omdat het als supporter dan leuker is. Aan de andere kant: als ik de geruchten mag geloven, bestaat er daadwerkelijk een kans dat we volgend jaar eerder omhoog dan omlaag kunnen kijken. De trofee gaat in elk geval naar degene die ons wedstrijdprogramma bedacht heeft. Vast een Jesper, of een Henk of een Bart-Jan. Aardige vent, maar kom op: iets kritischer naar je werk kijken volgend jaar.
MVP:
Zonder twijfel dit jaar Mike van Boven. Z’n befaamde plafondschot is inmiddels vermaard in de League. Staat stabiel vijfde in de topscorerslijst, maar is zo veel meer dan z’n doelpunten: hij stimuleert, slingert aan, motiveert, schakelt spitsen uit en masseert de scheidsrechter op een manier die bijna aan valsspelen grenst. Kan wel naar een club uit de top-3, maar verkiest Unitas boven de PKC’s van de wereld. Logisch, met dit publiek. Inmiddels zou hij, net als Karl Malone, de bijnaam ‘The Mailman’ verdienen: because he always delivers. Oranje Boven met Mike van Boven! Het is nog te vroeg in zijn carrière om hem the goat te noemen, en daarvoor zouden we ook klasbakken uit het verleden als Rosalie Foppen, Niko Middelbos of Frans Aartsen moeten meewegen. Feit is wel dat onze Mike er dit jaar met kop en schouders bovenuit steekt, precies zoals we van een aanvoerder mogen verwachten.
En als het stof is opgetrokken vanavond, en alle prijzen zijn uitgereikt, kunnen we terugkijken op een heerlijk seizoen, met prachtige en spannende overwinningen. Het ‘avondje Sypel’ is in de League inmiddels een begrip. En dat is aan de ene kant mooi en een erkenning voor onze club, maar aan de andere kant jammer: geen enkele ploeg onderschat ons nog.
We maken ons nu langzaamaan op voor het veldseizoen: we spelen in de kampioenspoule, met tegenstanders die we in principe zouden moeten kunnen hebben. Ik heb wel zin in een lente- of zomerzonnetje, m’n eigen plekje op het terras en een club die in de winning mood is. Wie weet zijn we niet alleen gastheer van het NK volgend jaar, maar ook een van de hoofdgasten. Je moet als club en als supporter toch wat te dromen hebben, nietwaar?
