Nieuws

05-02

Ik korfbal al sinds mijn elfde, en als kind vond ik het al heerlijk om in De Sypel te spelen. Dat kwam vooral doordat de rieten manden destijds een lekker dunne rand hadden en wat flexibeler waren dan bijvoorbeeld de harde dikke gele manden bij Exakwa. De ‘schepmandjes’ van De Sypel gaven je op bepaalde dagen het gevoel dat je écht goed kon schieten. 

Ik vond echter de naam van de sporthal ook fascinerend. Mijn roots liggen namelijk in Drenthe en daar leerde ik van wijlen Opa Puffelmans -ach, Het Grote Opperhoofd!- dat een siepel een ui was; het Saksisch taalgebied zit vol verborgen schatten. Als kind kon ik me daar zo heerlijk over verbazen: korfballen in een ui. Wat moesten onze tegenstanders wel niet denken? Gelukkig speelde ik zo laag dat ik zelden tegenstanders uit het gebied ten oosten van de IJssel trof.

Nu is er met het woord siepel taalkundig wel iets interessants aan de hand. De Latijnse naam voor ui is ‘allium cepa’. Het eerste deel van het woord lijkt meer verwant aan het Franse en Engelse ‘onion’, en de paarsgebolde sieruien in de tuin heten ook ‘allium’. Het tweede deel van het woord, ‘cepa’ lijkt zich meer naar het noorden te hebben verspreid. Denk aan het Poolse ‘cebula’ en het Duitse ‘Zwiebel’. Het Drentse siepel dat ik van Opa Puffelmans leerde, is weer een verbastering hiervan. 

Er is dus wel degelijk een verband tussen het woord ui en De Sypel, zo blijkt uit deze taalkundige snijtafel. Alleen: als je uien snijdt moet je vaak janken. En laten we hopen dat we aan het eind van het seizoen ook de tranen zien. Tranen van geluk, uiteraard, want een avondje korfbal kijken in onze eigen thuishal blijft natuurlijk het leukste uitje dat er bestaat. Ik wens ons allen een seizoen met vele heerlijke uitjes toe.